You are here

Inleiding op de moderne vertaling naar het Comburgse handschrift

Wie van een werk zo eeuwenoud
Als 'van den vos Reynaerde' houdt,
Lacht wellicht met dit concept.
Terecht. Bent u een Vos-adept
En leest u middelnederlands,
Raad ik wel dat ik geen kans
maak met vertaalde poëzie.
In 't andere geval voorzie
ik, lezer, dat u binnenkort
zelf adept van Reynaert wordt
en middelnederlands gaat lezen.
Je zal maar een vertaler wezen.

Over Willem die het werkje schreef
Willem, van wie we weinig meer weten dan dat hij rond 1250 in Oost-Vlaanderen een schrijversbestaan leed, was een knap verteller. Na 750 jaar klinkt zijn verhaal nog altijd zeer modern: de absolute anti-held (egoïstisch, leugenachtig, pervers, gewelddadig, sarcastisch, ...) slaagt erin het hele establishment voor schut te zetten en zelf te ontsnappen.
Het is vooral de manier waarop Willem vertelt, die zijn verhaal zo sterk maakt. Willem houdt het tempo strak. Zijn taal is helder, ritmisch en muzikaal, zijn verzen vlot en dartel. Ze vervelen niet. Zelfs als hij een stoplap gebruikt om een rijm te forceren, (iets waaraan hij zich in vergelijking met zijn tijdgenoten bijzonder weinig bezondigt) klinkt dat niet geforceerd. Zijn woordkeus is subtiel en humoristisch. Hij trekt alle taalregisters open. Het moet een plezier zijn geweest dit verhaal te horen voordragen door één van die beroepsvertellers, die naar Middeleeuwse gewoonte de tekst hadden gememoriseerd, om er dan mee van kasteel naar kasteel te trekken.

Over de misdaad die vertalen heet
Oog in oog met zo'n sublieme tekst staat de vertaler voor een onmogelijke opdracht. Verhaal, taal, ritmiek, klankstructuur, spitsvondige dubbelzinnigheden, ... je kunt niet alles redden uit de brand, die elke vertaling hoe dan ook is. Je moet keuzes maken en prioriteiten vastleggen. Vroegere vertalers hebben zich meestal tot hoofddoel gesteld het origineel zo letterlijk mogelijk (vers-per-vers) te vertalen. Hoe correct deze vertalingen ook mogen wezen, ze missen vaak de ritmiek, de muzikaliteit, de souplesse, de bekoring en de spitsvondigheid van het origineel. Ze konden het grote publiek helaas niet echt bekoren.

Per-vers én bekoorlijk vertalen
Het is de bedoeling van de vertaling die nu voorligt, dat ze wel aanslaat bij een breder publiek. De auteur blijft weliswaar zo dicht mogelijk bij het origineel en levert daardoor een behoorlijk per-verse vertaling af, maar hij probeert in navolging van Willems stijl vooral een soepele, ritmische, muzikale en humoristische stijl te hanteren. Net als Willem gebruikt de vertaler 4-toppige (meestal jambische), rijmende verzen, maar hij vervalt niet in het 'dreunen', dat zo typisch is voor de karamelverzen waar de moderne literatuur een broertje aan dood heeft. De rijmwoorden zijn er wel, maar de aandacht van de lezer wordt er vaak van weggeleid door enjambementen en rijmtruucjes, die -zij het minder talrijk - ook al in Willems origineel te vinden zijn.
Door de voorzichtige introductie van moderne woorden als imago, macho, vegetarisch, ethisch, potent, scharrelkip, indigestie, peloton e.d. krijgt de tekst een minder stoffig karakter en kan Willems onbedaarlijke humor weer oplichten.
De auteur hoopt van harte dat het een plezier wordt deze tekst te horen voordragen door één van die beroepsvertellers, die teksten memoriseren om ermee van theater naar theater te trekken. Tot het zover is, kunt u de tekst (liefst luidop) lezen. Veel plezier ermee!

Walter Verniers
walter.verniers@scarlet.be

* Gebruikte bronnen:
* Jozef Janssens, Rik van Daele, Veerle Uyttersprot, Jo de Vos; Van den vos Reynaerde; Het Comburgse handschrift; Davidsfonds, Leuven, 1992 (2)
* D.C. Tinbergen, L.M. Van Dis, Van den vos reynaerde, Wolters Noordhoff, 1972 (20)
* Jozef Janssens, Rik van Daele, Reynaerts streken; Van 2000 voor tot 2000 na Christus, Davidsfonds/Literair, Leuven, 2001
* www.tiecelijn.be