Dubbelnummer. ‘Dese ane vaerden die woestine’ (Van den vos Reynaerde, A 3329) (jg. 20 nr. 3-4)
Het driemaandelijkse literaire tijdschrift Tiecelijn
(1988-2007) wordt met een liber amicorum-achtig dubbelnummer (jaargang
20, 3/4) afgesloten op een hoogtepunt van zijn werking. Oorzaak zijn de
wegvallende subsidies. Tiecelijn is uitgegroeid van een
nieuwsbrief tot een internationaal gewaardeerd literair-historisch
tijdschrift over de vos, Europese dierenverhalen, het Reynaertland en
de Reynaerticonografie. Tiecelijn nam als nichtetijdschrift een
unieke positie in het Nederlandstalige literaire tijdschriftenlandschap
in. Het had een zeer trouw lezerspubliek. Het verscheen nooit een dag
te laat. Het was nooit in handen van een uitgever of van een
universitaire instelling. De Nederlands-Vlaamse redactie was een hechte
vriendengroep.
Inzet, vrijwilligheid en passie blijven wonen in
de redactie, die onverminderd verder werkt aan een nieuw project. Nu al
staat ontegensprekelijk vast dat het tijdschrift wordt gevolgd door een
jaarboek
met dezelfde naam. Het zal voorgesteld worden op 18 oktober 2008. Dan
wordt ook de twintigste verjaardag van de vzw Reynaertgenootschap
gevierd.
De band tussen redactie en lezers blijft behouden door de uitgifte van maandelijkse e-brieven en de website www.reynaertgenootschap.be.
Dit laatste nummer is anders dan alle andere: volumineuzer,
lichtvoetiger, spitsvondiger, persoonlijker. En met creatief literair
werk. We kijken met een knipoog terug en refereren aan een aantal
voorbije nummers.
In de eerste sectie komen oude Vossenverzen aan bod. Rutebeuf (13de eeuw) bijt de spits af, vertaald door Paul van Keymeulen (1920-2006). De ‘afdeling’ Vossentaal bevat speciaal voor dit nummer geschreven creatief poëtisch werk van Peter
Holvoet-Hanssen, Erik Spinoy, Frank Pollet, Norbert De Beule, Reine De
Pelseneer, Emma Crebolder, Lies Van Gasse, Mark Tritsmans en Joris
Denoo. Herr Seele vervolmaakt het lijstje van gastschrijvers.
In een derde afdeling volgt een kleine keur Vossenbrieven, die de geschiedenis van het tijdschrift vertelt. In de vierde sectie (Vossenissen) volgt een bonte verzameling met Reynaert en Tiecelijn
als uitgangspunten, van een korte appreciatie van het tijdschrift tot
een sterk uitgewerkt artikel van René Broens over de ‘klokkenluiders’
in de Reynaert.
Een vijfde deel (Vossenhistories) kijkt door middel van een aantal teksten terug naar enkele realisaties waarbij Tiecelijn betrokken was (het Intergemeentelijk Project Het Land van Reynaert (1996-), de Exlibriswedstrijd Reynaert de Vos (1995-1996), de tentoonstelling Reinaerts streken
in Huis Thuysbaert te Lokeren, de Orde van de Vossenstaart, aangevuld
met de resultaten van het lezersonderzoek van de literaire
tijdschriften door het Vlaams Fonds voor de Letteren.
Na een serie Vossenkoppen (portretten) en recensies (Vossenboeken)
volgt de epiloog, een stuk van Yvan De Maesschalck over ‘zijn’ vos.
Reynaert heeft immers altijd het laatste woord. Schreef Rutebeuf niet
al eeuwen geleden: ‘Reynaert is dood! Reynaert herleeft!’?
Dr. Rik van Daele
namens de redactie
30 september 2007
20 jaargangen Tiecelijn (1988-2007) in cijfers
Aantal jaargangen: 20
Aantal nummers: 76
Aantal themanummers: 12 (beer, raaf, Als de vos de passie preekt, wolf (2), leeuw, kat, poëzie, bibliografie, brieven, haas, slotnummer)
Aantal extra uitgaven: 2 (Quand le renard prêche (1998, 3/4) + register 1-15)
Aantal auteurs: 97
Aantal pagina’s: 4100 (precies)
Dikste nummer: 2007, nr.3/4: 224 p.
Dunste jaargang: I: 32 p.
Dikste jaargang: XIX: 424 p.
Abonnees in 9 landen, waarvan circa 80 in Nederland en een tiental in Duitsland
Aantal geregistreerde abonnees 1988-2007: 802
Aantal verzonden exemplaren per nummer: 402
Website, best bezochte week: week van 5 maart 2007: 467 hits