You are here

De Reynaertdichter

Tiecelijn, jg 18 – nr. 3: de Reynaertdichter


In Tiecelijn 18-3 staat de Reynaertdichter centraal. Vooral de bijdragen van Drs. René Broens (die de proloog van de Reynaertdichter analyseert en eigenzinnig hertaalt) en Dr. Rik van Daele zijn vermeldenswaard.

Rik van Daele is de eerste auteur die in meer dan 30 jaar een serieuze poging onderneemt om de Reynaertauteur te vinden. De studie in Tiecelijn is de langere versie van de bijdrage die op 1 oktober verscheen in het hulde-album Jozef Janssens (met als titel Maar er is meer), uitgegeven door het Davidsfonds Literair (Leuven).

Overzicht van de artikels:

Rik van Daele
Uitdoven? (over de uitdoofsubsidie van het Vlaams Fonds voor de letteren)

Rik van Daele
De robotfoto van de Reynaertdichter. Bricoleren met de overgeleverde wrakstukken: ‘cisterciënzers’, ‘grafelijke hof’ en ‘Reynaertmaterie’

René Broens
Diet verstaen met goeden sinne

Paul van Keymeulen
Reynaert de tovenaar (vertaling branche XXIV van de Roman de Renart)

Hans Rijns
(Verslag) Zestiende colloquium van de International Reynard Society (Münster, 1-5 augustus 2005)

Kenneth Varty
Een Reynaert in Crieff, Schotland

Drs. René Broens is leraar en begint aan een Reynaertdissertatie o.l.v. Paul Wackers (Universiteit Utrecht); Dr. Rik Van Daele is hoofdredacteur van Tiecelijn en in het beroepsleven directeur van cultuurcentrum Ter Vesten te Beveren; Prof. Kenneth Varty is stichter en ere-voorzitter van de International Reynard Society.

Meer info over de vzw Reynaertgenootschap en de recente nummers vindt u op: www.welcome.to/tiecelijn.


De robotfoto van de Reynaert-dichter
Puzzelen met de overgeleverde wrakstukken ‘cisterciënzers’, ‘grafelijke hof’ en ‘Reynaert-materie’

In deze studie gaat Dr. Rik van Daele voor het eerst in meer dan 30 jaar Reynaert-studie op zoek naar de Reynaert-dichter. De titel van de bijdrage verwijst naar het bekende beeld van prof. dr. W.P. Gerritsen, waarin hij de overlevering van Middelnederlandse teksten vergelijkt met het aangespoelde wrakhout na een storm. Van Daele neemt de rol van strandjutter op zich en begeeft zich langs de vloedlijn voor een onzekere tocht waarin hij strandjutterschap en wetenschap probeert te combineren.

In eerste instantie levert de zoektocht materieel bewijsmateriaal: twee volledige en drie fragmentaire Reynaert-handschriften, de voornaam Willem en een verdwenen werk, de niet overgeleverde Madoc. Vervolgens is er de interpretatie op basis van het materiaal en de lectuur ervan: Willem is iemand die het Frans als ‘vertaler’ uitstekend beheerst, die Latijn kent (anders geen potjeslatijn voor insiders), net als het middeleeuwse recht. Hij is iemand met een fantastische pen, scherp en subtiel met dubbele betekenissen (niet zelden met seksuele ondertoon), een vat vol retorische trucs: een kenner van de conventies van het literaire genre dat hij beoefent. Willem is een man van de wereld, een erudiet auteur met een grote literaire begaafdheid. Hij is satiricus en cynicus. Hij stelt de menselijke hypocrisie zo scherp aan de kaak dat hij – in zijn dierenverhaal – de allerhoogsten aanpakt en onteert. Het dierenverhaal wil hic et nunc het publiek aanspreken, bij de keel grijpen, in de leugen betrekken. Hij liegt o.a. door gebruik te maken van plaatsnamen (de waarheid als leugen). Binnen het dierenverhaal delen auteur en publiek een gemeenschappelijk kader. Willem en zijn publiek kunnen Belsele, Hijfte, Absdale, Elmare, Hulsterlo en Kriekeputte plaatsen.
Van Daele verkiest als “best geschikte” kandidaat Reynaert-auteur Willem van Boudelo. Deze cisterciënzerlekenbroeder of convers en gemandateerd klerk van de gravinnen Johanna en Margareta van Constantinopel (vanaf 1244), verschijnt in totaal in minstens 22 teruggevonden documenten als financieel expert, bemiddelaar, getuige en verkoper van grafelijke gronden. Hij was afkomstig uit het Gentse stadspatriciaat. In 1234 nam hij reeds een verantwoordelijke functie waar. Wellicht behoorde hij ook tot de grafelijke rekendienst. Hij zorgde ervoor dat Boudelo in Gent in 1255 een refugium kon verwerven. Hij overleed vóór juli 1261. Het meest opvallende document over Willem is te vinden in de Statuta van het Generaal Kapittel van de cisterciënzers uit 1252. Hierin lezen wij:

Broeder Willem, lekenbroeder van Boudelo, over wie vele bezwaren aan het Generaal Kapittel vermeld werden, zal onbedingd naar zijn klooster teruggeroepen worden, tenzij hij verder bij de edele vrouwe, de gravin van Vlaanderen, moet blijven, maar hem zullen dan slechts die werkzaamheden opgedragen mogen worden die de eer der Orde niet in diskrediet brengen en hij zal niet voor anderen een steen des aanstoots of een bron van ergernis worden.

Mogelijkerwijze hield de veroordeling verband met zijn literaire activiteiten, met het bekritiseren van de medemens via dierenverhalen, met het schaamteloos laten castreren van de dorpspastoor, met erg dubbelzinnig taal- en beeldgebruik. Paste dit wel voor iemand in zijn functie? Ligt hierin misschien een reden dat wij van het grote literaire genie Willem na de Reynaert niets meer hebben vernomen …?

Tot slot van de studie verzamelt Van Daele nog tien wrakstukken die aanzetten vormen tot nieuw onderzoek en die de Reynaert-materie, de Vlaamse graven en de cisterciënzercontext met elkaar verbinden. Een cisterciënzermonnik vertaalde het Reynaert-verhaal in het Latijn om de gunst van een lid van de grafelijke familie af te smeken. Enkele Franse Renart-teksten hebben eveneens een pro-Dampierre-strekking. Reynaert-taferelen waren ook populair in de handschriften die in het Dampierre-milieu circa 1270 in omloop waren. De zgn. Dampierre-groep, een collectief van rondreizende miniaturisten, kende de Reynaert-materie via de Vlaamse tekst van Willem.
De figuur van Willem van Boudelo beantwoordt perfect aan de timing van de Reynaert (circa 1250) en aan het profiel van de Reynaert-dichter. Willem verbindt in zijn profiel de Gentse stadscultuur (stadspatriciaat en stadsadel), de adellijke cultuur (met het grafelijke hof als spil) en de geestelijke wereld waarin hij was opgeleid en waarop hij kon terugvallen.

De volledige tekst is op te vragen via tiecelijn.reynaert@online.be.