You are here

Jaarboek 7 Tiecelijn Jaargang 27

Tiecelijn 27. Jaarboek 7 van het Reynaertgenootschap, werd op zondag 7 december 2014 om 11 uur in het Museumtheater van Sint-Niklaas voorgesteld.  

Marcel Ryssen, voorzitter van het Reynaertgenootschap, verwelkomde de genodigden. Jack van Peer, voorzitter cultuurraad Sint-Niklaas verzorgde de inleiding. Dichter en performer Norbert de Beule bracht met FOXfarm aangepaste Reynaertpoëzie.

Hierna kunt u Tiecelijn 27, Jaarboek 7 van het Reynaertgenootschap, downloaden. De papieren versie kunt u nog steeds bestellen via de gegevens op de Homepage.

JG 27 JAARBOEK 7 - deel 1 (p. 1-126)
JG 27 JAARBOEK 7 - deel 2 (p. 127-254)
JG 27 JAARBOEK 7 - deel 3 (p. 255-342)
JG 27 JAARBOEK 7 - deel 4 (p. 343-448)

Tip: Bent u op zoek naar een specifieke naam of onderwerp in de pdf, dan kunt u de zoekfunctie inschakelen door op uw klavier de toetsen ctrl + F gelijktijdig in te drukken.

PERSNOTA 

We zien het bericht zo al in uw papieren of digitale publicatie of in uw programma verschijnen:
‘Reynaertjaarboek krijgt straatnaam’. Het is wellicht Reynaert-talk … ‘Scone tale van de meester versierder / manipulator … Reynaert de vos himself.’
In elk geval krijgt de Reynaertwijk in Belsele er een Bruin de Beerlaan en een Tiecelijnstraat bij. Diverse leden van de raad van bestuur van het Reynaertgenootschap poseerden enkele weken geleden trots bij het nieuwe straatnaambord dat de Belseelse verkaveling in de Reynaertwijk momenteel reeds siert (foto Stefaan Baeten; v.l.n.r. Hilde Reyniers, Willy Feliers, Marcel Ryssen, Rik van Daele). De raaf in het Reynaertverhaal is mede dankzij onze publicatie (tijdschrift sinds 1988, jaarboek sinds 2008) zo populair dat hij na een restaurant in Daknam er ook nog eens een straatnaam (in Belsele) bij krijgt. 

Tiecelijn 27 opent met de zes bijdragen van het colloquium ‘Metamorfosen van een gemene vos’ dat op 24 april in de Nottebohmzaal van de Antwerpse Erfgoedbibliotheek H. Conscience plaatsvond:
Jef Janssens behandelt de Reynaert en Floris ende Blancefloer;
Adelheid Ceulemans de Reynaertopera van August de Boeck;
Yves T’Sjoen en Els Van Damme Reineke/Heineke Vos van Richard Minne;
Lisanne Vroomen de graphic novel van Broens en Legendre;
Kris Humbeeck Wapenbroeders van L.P. Boon;
Rik van Daele Van den vos van FC Bergman.

De bijdragen van Paul Wackers (over moderne kinderbewerkingen van Reynaerts historie), Bjorn Schrijen (over moderne Reynaertmuziekbewerkingen) en Michaël Brijs (over Malpertuis van Jean Ray) sluiten naadloos bij het thematische gedeelte over de ‘metamorfosen’ aan.
Yvan de Maesschalck verkent de intrigerende roman Haas (1975) van Arto Paasilinna en bespreekt nieuw werk van Lies van Gasse & Annemie Estor en van Paul Verhuyck.
Van de kunstenaars Mark Legendre, Oldich Jeelen, Ernest van Huffel (In memoriam) en Caroline Coolen wordt beeldend werk gepresenteerd.
Het bibliografische aspect van de Reynaertstudie komt aan bod in de bijdragen van Steven van Impe over de collectie Wim Gielen en in de aanvulling van de Reynaertbibliografie van de Nederlandse Reynaertbewerkingen 2004-2014 (Willy Devreese), die inmiddels nog verder werd geactualiseerd en apart terug te vinden is in de rubriek bijzondere uitgaven.
Het nummer bevat twee intrigerende vertalingen: Mark Nieuwenhuis verkent een aantal Latijnse dierentestamenten en Bob de Nijsvertaalt Ramon Llulls Dierenepos voor het eerst in het Nederlands. In deze Catalaanse tekst speelt een gemene vossin de hoofdrol.
Hans Rijns blijft geboeid door de laatmiddeleeuwse fabeltraditie.
Jan de Putter tot slot gaat uitvoerig in op de genreaanduiding ‘vite’ die in de Reynaertproloog voorkomt.

Dit spraakmakende, rijk geïllustreerde jaarboek biedt zeer veel stof voor verder onderzoek én is bovendien een prettige kennismaking met vele aspecten van een van de parels van ons literair erfgoed voor specialisten en liefhebbers.